Waarom ik nooit atheïst zou kunnen zijn

Home | Artikels | Waarom ik nooit atheïst zou kunnen zijn

Zeven zwakheden van het atheïsme

Soms lijkt het wel alsof onze seculiere wereld steeds meer glijdt in de richting van atheïsme. De traditionele kerken stromen nog altijd leeg, en wat blijft er dan over als alternatief? Godsdienst wordt in onze media vaak voorgesteld als middeleeuws en voorbijgestreefd, als iets irrationeels dat uiteindelijk helemaal verdrongen zal worden door de voortschrijdende wetenschap. ‘Nog eventjes geduld’ en deze zal het ontstaan van alles kunnen verklaren, zodat we God totaal niet meer nodig hebben? En zal dan de mensheid definitief, zoals Auguste Comte (1798-1857) beweerde, het ‘kinderlijke stadium’ van religie verlaten hebben en ‘volwassen’ geworden zijn door de vaste zekerheden van de wetenschappelijke kennis?

Toch is dit schijnbare succes van het atheïsme grotendeels gezichtsbedrog. Wereldwijd blijft het een kleine groep: de schattingen variëren tussen 4 en 11%. En hun aantal is dalende. De indruk van hun sterkte komt natuurlijk door de media-aandacht die ze krijgt en die buiten elke verhouding is: als men in Vlaanderen ergens een filosoof of moraalfilosoof zoekt, kennen journalisten alleen de atheïsten van de VUB en de UGent; de andere telefoonnummers hebben zij blijkbaar nooit gevonden. Een kleine groep domineert daardoor het maatschappelijk debat en ‘bewerkt’ onophoudelijk de geesten van het volk. Dit creëert bovendien de perceptie alsof alleen zij iets interessants te vertellen hebben: hun standpunten zijn vaak mediagenieker, want aanschoppen tegen de traditionele waarden is beter voor de kijkcijfers.

Kerk en godsdienst worden al decennia systematisch in de media aangevallen, maar atheïsme of vrijzinnigheid nooit: is dat niet vreemd? Zijn christenen dan te braaf en keren ze de andere wang toe? Misschien wel. Het geeft echter de indruk dat ze geen tegenargumenten hebben, maar niets is minder waar. Hier zijn er in ieder geval een zevental, en ik beperk me hierbij uiteraard tot de ‘horizontale’ argumenten; de ‘verticale’ of religieuze laat ik nog buiten beschouwing.

(1) Godsdiensten brengen alleen maar oorlog en bloedvergieten?

Het meest gebruikte argument van atheïsten is dat ze wijzen op de fouten van de religies en kerken, en zeker op het gebruik van geweld, oorlogen en bloedvergieten – denk uiteraard aan het moslimterrorisme. Zonder enige twijfel is het juist dat ook religies en religieuze mensen grote fouten maken en macht misbruiken. Maar heeft dat te maken met de religie als zodanig, of met de mens? Aangezien de mens ongeveer alles misbruikt (ook bijv. wetenschap, techniek, kunst, geld, macht, seks…), kunnen we met zekerheid ‘bewijzen’ dat het aan de mens ligt. Dat iets misbruikt wordt, is nooit een voldoende reden om het af te schaffen, want alles op deze planeet wordt misbruikt. Bovendien zou je dan denken dat het in atheïstische regimes op dat vlak beter moet gaan, er meer vrede is en minder bloedvergieten. Helaas voor hen spreken de cijfers dit op pijnlijke maar overtuigende manier tegen: de atheïstische (communistische) regimes van de 20ste eeuw waren absolute kampioenen in massamoorden: Stalin 42 miljoen, Mao 37 miljoen, Chiang Kai Shek 10 miljoen, Pol Pot 2,3 miljoen… Met of zonder God, mensen zullen altijd oorlogen blijven voeren, en zonder God blijkbaar met een wreedheid zonder morele remmingen. En atheïsten ‘vergeten’ in hun argumentatie alle voorbeelden aan te halen waar gelovigen ‘in naam van God’ precies vrede gebracht hebben, oorlogen verboden of gestopt hebben. De fouten van de kerk worden zo eenzijdig in het licht gesteld, en fouten van mensen worden aan God toegeschreven. Jezus bijv. zei duidelijk: “Wie het zwaard hanteert, zal erdoor omkomen” (Matt. 26:52).

 

(2) Geloof is irrationeel en ongeloof wetenschappelijk?

Atheïsme is intellectueel niet zo sterk als het zichzelf voordoet. De suggestie wordt voortdurend gewekt dat religieus geloof irrationeel is en niet-geloven wetenschappelijk is. Maar geloven dat er geen God bestaat, is evenzeer een gelóóf als theïsme, en is niet rationeler of bewijsbaarder dan het tegendeel. Dat God niet bestaat is een levensbeschouwelijke stelling waar wetenschap zelf geen enkele zinvolle uitspraak over kan doen. Wie dit wel beweert, is intellectueel niet eerlijk. De begripsverwarring ontstaat omdat het wetenschappelijke en levensbeschouwelijke niveau voortdurend door elkaar worden gemengd; maar de ‘methoden’ van de één werken niet voor de ander, net zomin als je met een microscoop de liefde kan bestuderen. Ook de stelling dat ‘op een dag de wetenschap alles zal verklaard hebben’ is trouwens een gelóóf (wat men ‘sciëntisme’ noemt en erg naïef is): na 300 jaar Verlichting en noest onderzoek stuiten we op steeds nieuwe mysteries…

Atheïsme gelooft dat onderwijs en voorlichting de mensen zullen bevrijden uit religies en bijgeloof. Maar het contradictorische is dat onderwijs, scholen en universiteiten in Europa bij uitstek door christenen gestart zijn. En de grote meerderheid van wetenschappers, zeker de vaders der wetenschap uit de Verlichtingstijd en ook de meeste Nobelprijswinnaars, waren of zijn zelf gelovig.

 

(3) Materialisme is onhoudbaar

Atheïsme gelooft niet in een God, goden of andere bovennatuurlijke wezens in een geestelijke wereld, m.a.w. het is materialistisch: enkel de zichtbare wereld ‘hier en nu’ is reëel. Maar welke plaats krijgen ideeën, verbeelding, kunst, schoonheid, liefde… dan? Zij zijn toch bij uitstek niet-materieel? Zelfs de filosofische theorie die zegt dat enkel materie bestaat, is niet-materieel. Filosofisch gezien ondergraaft materialisme zichzelf dus. Je kan de hele geestelijke dimensie niet ontkennen. Want anders kan je ook niet verklaren waar alle intelligentie in de natuur vandaan komt: de natuurwetten, de supercomplexe levensvormen, ons DNA dat als een soort computerprogramma is (en dat wij zelf niet eens geprogrammeerd hebben!).

 

(4) Atheïsme is filosofisch absurd

Atheïsme botst op een andere onoplosbare contradictie: dat je niet álles kan verklaren uit níets. Dit gaat in tegen elke wetenschappelijke of filosofische logica. Atheïsme zou 100% gelijk hebben in al haar kritieken op religies als (!!!) er inderdaad geen God zou bestaan. Maar dit is daarom haar zwakste punt: er is geen enkel redelijk of wetenschappelijk argument om dat hard te maken. Puur rationeel gezien moet je dus concluderen: is er (minstens)

50% kans dat er wél een God bestaat. Er zijn daarentegen ernstige rédelijke argumenten voor het aannemen van een intelligente Schepper: de ongelooflijke rationaliteit in de natuur, de wiskundige verhoudingen tussen de natuurkrachten, het immateriële karakter van de natuurwetten of wiskundige wetten, de ongelooflijke spitstechnologie in levende lichamen, de superieure intelligentie in onze eigen hersenen (die eigenlijk slimmer zijn dan wijzelf!)… Het zijn allemaal heel sterke aanwijzingen voor een ‘Intelligent Design’. Einstein zei ooit: “Het enige onbegrijpelijke aan het universum is dat het begrijpelijk is”; m.a.w. haar rationaliteit moet voortkomen uit een intelligente Schepper. Richard Dawkins daarentegen gelooft (!) dat intelligentie van buitenaardse wezens komt, maar… waar komen die dan vandaan? Deze ‘oplossing’ verschuift het probleem alleen maar. En zeggen dat alles ‘door toeval’ ontstaan is, is géén verklaring: het is hetzelfde als toegeven: ‘Ik weet het niet’. Je kan 1000X herhalen dat alles ‘zomaar’ gekomen is, totdat je het zelf gelooft, maar het blijft absurd. Door God buiten te gooien, menen atheïsten een ‘groot probleem’ van de mensheid op te lossen, maar in feite creëren ze een nog veel groter probleem: ze kunnen niet meer verklaren waar alles vandaan komt…

(5) De dieperliggende, irrationele motieven?

 

In het debat tussen atheïsme en godsgeloof zijn het eigenlijk nooit de intellectuele argumenten die de doorslag geven: het zijn altijd andere, dieperliggende, niet-rationele motivaties. Atheïsten verwijten bijv. aan gelovigen dat ze geloven uit emotionele zwakheid of lafheid, maar mogen we deze kritiek ook omkeren? Is de onderliggende reden bij ongelovigen misschien luiheid of gemakzucht, zodat ze op zondag lekker in hun warme bed kunnen blijven liggen en altijd doen waar ze zin in hebben? Zelfs de vooraanstaande atheïst prof. Etienne Vermeersch gaf toe: “De meeste mensen die ongelovig worden in het Westen, worden dit niet om intellectuele redenen, maar hoofdzakelijk onder invloed van de consumptiemaatschappij: mensen hebben zóveel van alles” (in: ‘De ketter en de kerkvorst’). Hun atheïsme is in feite een apatheïsme: het komt niet voort uit overtuiging, maar uit onverschilligheid. Het komt hen gewoon beter uit? Of is het angst voor een absolute morele wetgever? Maar het is niet door God weg te wénsen, dat Hij weg ís: dit is een struisvogelargument.

 

(6) Atheïsme heeft geen wervingskracht

 

Het niet-geloven in iets enthousiasmeert niet, brengt geen mensen op de been. De áfwezigheid van een godsgeloof is geen samenbindende factor: elke atheïst is op zichzelf. Daarom is het atheïsme als levensbeschouwing nauwelijks georganiseerd: dit maakt het niet gemakkelijk hun ‘officiële standpunt’ te kennen of met hen te dialogeren, want niemand kan voor een ander spreken. Ook onder hen bestaan grote onderlinge verschillen en tegengestelde stromingen die elkaar bestrijden.

Atheïsme is slechts een zeer recent fenomeen in de wereldgeschiedenis: pas in de 18de eeuw waren er enkelingen die dit luidop durfden beweren. En ze blijven weinig in aantal. Er zijn verschillende soorten niet-religieuze mensen (agnosten, onkerkelijken, ietsisten…), maar strikte atheïsten zijn er bijv. in de VS slechts 4% (Pew research). Volgens het WIN/Gallup onderzoek van 2015 is wereldwijd 11% atheïst en is deze groep aan het verkleinen wegens o.a. laag geboortecijfer. Net zoals er gelovigen zich bekeren tot ongeloof, zijn er ook veel overtuigde atheïsten die zich bekeren naar christendom, waaronder grote namen zoals C.S. Lewis, Anthony Flew, Alistair McGrath, Nicky Gumbel en vele anderen.

 

(7) Atheïsme biedt geen inspirerend levensbeschouwelijk project

Atheïsme probeert zich te presenteren als een volwaardige levensbeschouwing, maar biedt geen enkel antwoord op de grote levensvragen. Het leven komt nergens vandaan, er is geen doel of hoger plan, en er is niets na de dood. We komen uit niets voort en eindigen a.h.w. in een zwart gat. Het biedt geen positief levensproject of hoop. In een universum zonder God heeft de mens ook geen enkele waarde op zich: hij is niet meer dan een samenhangsel van moleculen, door blind toeval aaneengeklit. De mens is enkel een aap-zonder-staart, een geëvolueerd roofdier: waarom zou de ‘survival of the fittest’ – het uit de weg ruimen van al je rivalen – dan moreel verwerpelijk zijn? Want er is geen hogere instantie die morele regels kan opleggen: ieder bepaalt dat voor zichzelf. Er is geen enkele reden meer om boven jezelf uit te stijgen, jezelf weg te geven voor iets of iemand anders (zoals het christelijke gebod van de liefde leert). Het is één en al existentiële leegte, kosmische zinloosheid en morele chaos!

Een consequente atheïst mag in zijn hart daarom nooit gevoelens van verwondering of dankbaarheid toelaten wanneer hij door de prachtigste natuur wandelt, wanneer hij gepakt wordt door de adembenemende schoonheid van bloemen, dieren of een zonsondergang: deze dingen mogen voor hem géén ‘geschenk’ zijn dat hem blij zou kunnen maken. Ze zijn door niets of niemand gemáákt, en zeker niet gericht op het geluk van de mens. De wereld is totaal betekenisloos, zonder bedoeling. Als de atheïst dankbaarheid voelt tegenover de natuur of het leven, is hij inconsequent en zondigt tegen zijn eigen (on)geloof.

 

Conclusie

Atheïsme is niet logischer of rationeler dan godsgeloof, maakt niet gelukkiger, en maakt de wereld niet ménselijker of beter. Als het christelijk geloof één grote illusie was en valse hoop gaf, zou het inderdaad beter zijn dit weg te gooien en te leven met de harde realiteit. Maar er is niet één ernstig rationeel, wetenschappelijk argument dat het theïsme onderuit haalt (volgens christenen zelfs integendeel). Negatieve argumenten tegen religies en hun misbruiken zijn er in overvloed, maar positieve argumenten vóór atheïsme ontbreken totaal. Het is niet overtuigend, noch intellectueel noch moreel, en heeft geen aantrekkingskracht. Het geeft geen enkel zinvol antwoord of levensdoel, geen hoop of ideaal.

Er zit veel oneerlijke communicatie in de argumenten van atheïsten, zeker bij de militante ‘anti-theïsten’. Richard Dawkins bijv. noemt religie een ‘delusion’, een soort psychische afwijking: alsof 2,5 miljard christenen psychisch gestoord zijn. Ook Maarten Boudry in zijn boek Illusies voor gevorderden suggereert dat gelovigen dom en intellectueel inferieur zijn, en dat atheïsten vrij zijn van illusies. Dit soort atheïsme heeft iets arrogants en neerbuigends, en getuigt vaak van zeer weinig respect voor andersdenkenden. Vooral zij die voortdurend religies bestrijden, lijden aan een soort fantoompijn: ze hebben het zogezegd uit hun leven gesloten, maar kunnen het niet nalaten het aan te vallen. Als atheïsten roepen dat geloof kinderachtig is, kan je evengoed repliceren dat atheïsme puberaal is.

Het zou een stuk meer balans brengen in onze cultuur als alles en iedereen weer zijn juiste plaats en proportie zou krijgen. Wanneer atheïsten bijv. 11% van de bevolking uitmaken, is het logisch en rechtvaardig dat ze 11% media-aandacht krijgen, of niet? Het zou in ieder geval veel democratischer zijn en veel eerlijker in de maatschappelijke debatten, die nu zo scheefgetrokken en eenzijdig zijn.

Religie is, ondanks alle ‘voorspellingen’, niet aan het verdwijnen in deze wereld, integendeel. De ‘oude kerken’ zijn weliswaar nog aan het krimpen, maar zoveel nieuwe kerken (bijv. de evangelische) zijn aan het groeien: het is een veel bewuster geloof, kritischer en meer doorleefd. Zeker in andere continenten groeit het christendom soms explosief. Ondanks de secularisatie blijkt de mens ‘ongeneeslijk religieus’ te zijn. Geloof zit even diep in ons als seks. Er zijn inderdaad veel parallellen tussen godsdienst en seks: geloof is heel persoonlijk en intiem, en daarom is misbruik ervan ook zo verwoestend en extra pijnlijk! Maar dit is de keerzijde van een zeer positieve kracht: er is niets dat een mens zozeer kan motiveren, verheffen en bevrijden als een sterk  geloof in God. Tenminste als het een gezond geloof is, en deze God staat voor de puurste goedheid, menselijkheid en naastenliefde.

 

Bron en auteur: www.ignacedemaerel.be

Wil jij weten hoe je vrede met God kunt krijgen?

God heeft alles gegeven om het weer in orde te maken tussen jou en Hem. Meer heeft Hij niet te geven. Een grotere prijs bestaat er niet. Hij biedt je vrede aan, zodat jij voor nu en voor eeuwig met God in een verzoende relatie mag leven.

Wil je doorpraten over wat je gelezen hebt?
Stuur ons je vraag via onderstaande knop.

Please enter your name.
Please enter a message.