Vlak voor Jezus aan zijn lijdensweg begon, bad Hij in het bijzijn van de Discipelen het mooie gebed dat je terugvindt in Johannes 17.

God kennen

In vers 3 lees je dat het eeuwig leven is om God te kennen en Jezus Christus, die Hij gezonden heeft.

1 Johannes 4:6  Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons; wie uit God niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling.
Als je niet ‘uit God’ bent wordt je blijkbaar beheerst door de geest der dwaling en die kan heel vroom zijn.

Maar als je God niet kent, heeft Jezus je het blijkbaar nog niet willen openbaren:
Mattheüs 11:27: Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren.

Terug naar Johannes 17!

Vers 15Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze.
Is het je al eens opgevallen dat Jezus duidelijk aangeeft waar Hij niet voor bidt? Doe jij dat wel eens in je gebeden? Ergens nadrukkelijk ‘niet voor bidden’?

Vers 18: Jezus heeft ons gezonden in de wereld. Je bent ‘gezonden’, dus je bent zendeling! Denk er eens over na wat jouw ‘zending’ inhoudt?

Vers 19: Wij moeten geheiligd zijn in Zijn Waarheid, de Waarheid van de Vader! Maar dat is wel dezelfde die ons dat verhaaltje van die 7 dagen aan het begin van de Bijbel verteld. Waarheid? Waarheid voor jou?

Vers 20 brengt het gelukkig heel dicht bij ons. Jezus bidt voor diegenen die door het woord van Jezus volgelingen in Hem geloven. Hij bidt dat wij één zijn.

Zijn wij één?

Misschien wil jij wel één zijn met mij, maar ik heb helemaal geen zin om één te zijn met jou! Eén met Christus, ja, dat zie ik wel zitten, maar met jou?

Vers 21:‘….. opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt’.
Oef, dat legt wel een hele verantwoording op ons!

Vers 23‘… opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt’.
In mijn ogen kan die wereld om ons heen voorlopig alleen maar tot de conclusie komen dat het behoorlijk kan rommelen onder ons en dat er van eenheid en zelfs een verlangen naar eenheid, nog niet veel sprake is?

Vers 25: ‘…. dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; en Ik heb hen Uw Naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en ik in hen’.

Weet ik? Geloof ik? Ken ik? Of denk ik ….?

Geschreven door Herman Spaargaren. Dit artikel verscheen eerder op op www.breeze.be. Breeze is de jongvolwassenwerking van het EJV. 

Geef een reactie